VERGEET NIET OM UW WERKGELEGENHEIDSPLAN VOOR 45-PLUSSERS OP TE MAKEN
Werkgevers die op 2 januari 2025 meer dan 20 werknemers tewerkstelden, zijn overeenkomstig CAO nr. 104 verplicht om een werkgelegenheidsplan voor 45-plussers op te stellen dat geldig is voor de periode van 2025 tot en met 2028. De bedoeling is om op deze manier het aantal werknemers van 45 jaar en ouder in de onderneming te kunnen behouden of verhogen.
Hieronder brengen we de belangrijkste principes in herinnering en kan u een samenvatting terugvinden van de verplichtingen die op u rusten als werkgever.
Herinnering: toepassingsgebied
Elke onderneming met meer dan 20 werknemers dient een werkgelegenheidsplan op te stellen waarin maatregelen opgenomen worden om de tewerkstelling van oudere werknemers te behouden of te bevorderen.
De berekening van het aantal werknemers (in voltijdse equivalenten) gebeurt op de eerste werkdag van het kalenderjaar en dit telkens voor een periode van 4 jaar. De berekening moet dus maar 1 keer om de 4 jaar gebeuren, ditmaal op 2 januari 2025.
Bijgevolg zijn werkgevers die op 2 januari 2025 meer dan 20 werknemers tewerkstelden verplicht om een werkgelegenheidsplan op te stellen voor de komende periode van 4 jaar, namelijk voor 2025 tot en met 2028. Deze verplichting blijft gelden als het personeelsbestand in de loop van de komende jaren onder de 20 zou dalen. Het feit dat er binnen de onderneming reeds een werkgelegenheidsplan werd opgesteld in het verleden, is hierbij ook niet meer van belang.
Wanneer de onderneming op het ogenblik van de telling onder de drempel van 20 voltijdse equivalenten bleef, dan is deze voor de periode van 2025 tot en met 2028 vrijgesteld van de verplichting om een werkgelegenheidsplan op te stellen.
De volgende telling zal hoe dan ook opnieuw moeten gebeuren op de eerste werkdag van 2029, meer bepaald op 2 januari 2029.
Keuze tussen jaarlijks plan of meerjarenplan
De werkgever heeft de keuze tussen het opstellen van een jaarlijks werkgelegenheidsplan of een meerjarenplan.
Jaarlijks werkgelegenheidsplan
Het is mogelijk om een jaarlijks werkgelegenheidsplan op te stellen, dat geldig is voor 1 jaar (2025). Indien u zou kiezen voor een jaarlijks plan, dan zal u ook in 2026, 2027 en 2028 opnieuw een plan moeten opmaken.
Voor meer informatie over de inhoud van het plan en over de informatie en raadplegingsprocedure, verwijzen wij naar punt 3 en 4 van deze news.
Meerjarenplan
Indien er een meerjarenplan wordt opgesteld, dan blijft dit plan geldig gedurende 4 jaar, met andere woorden voor 2025, 2026, 2027 en 2028. In dit geval moet de werkgever wel elk jaar verslag uitbrengen van de voortgang van de maatregelen die werden opgenomen in het werkgelegenheidsplan.
Inhoud van het plan
In het werkgelegenheidsplan wordt een overzicht gegeven van de maatregelen die op ondernemingsniveau worden genomen om de werkgelegenheid van de werknemers van 45 jaar en ouder te behouden of te verhogen.
Het kan gaan om maatregelen die reeds toegepast worden binnen de onderneming of om maatregelen die nieuw ingevoerd worden.
Om de maatregelen te bepalen, kan de werkgever zich baseren op een (niet-limitatieve) lijst van actiegebieden die opgenomen zijn in cao nr. 104:
De selectie en indienstneming van nieuwe werknemers;
De ontwikkeling van de competenties en kwalificaties van de werknemers, met inbegrip van de toegang tot opleiding;
De loopbaanontwikkeling en loopbaanbegeleiding binnen de onderneming;
De mogelijkheden om via interne mutatie een functie te verwerven die is aangepast aan de mogelijkheden en de competenties van de werknemer;
De mogelijkheden voor een aanpassing van de arbeidstijd en de arbeidsomstandigheden;
De gezondheid van de werknemer, de preventie en het wegwerken van fysieke en psychosociale belemmeringen om aan het werk te blijven;
De systemen van erkenning van verworven competenties.
In het paritair comité 216 werd er bijvoorbeeld voor gekozen om, rekening houdend met CAO nr. 104, extra vakantiedagen voor “oudere” werknemers te voorzien. Deze maatregel valt onder het actiegebied e) en kan worden opgenomen in het werkgelegenheidsplan.
Informatie en raadplegingsprocedure
De werkgever moet het ontwerp van werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers voorleggen aan de ondernemingsraad, de vakbondsafvaardiging, het CPBW of de werknemers zelf. Deze bespreking moet gebeuren binnen de 3 maanden na de afsluiting van het boekjaar. Voor de meeste ondernemingen is dit dus tegen 31 maart 2025.
De werknemersvertegenwoordigers (OR, VA of CPBW) kunnen binnen 2 maanden na ontvangst van het plan een advies uitbrengen. Wanneer de werkgever dit advies niet volgt, dan moet hij deze beslissing binnen de 2 maanden toelichten.
Ondernemingen zonder vakbondsafvaardiging moeten het plan gewoon ter informatie aan de werknemers bezorgen.
Na afloop van het werkgelegenheidsplan moet de werkgever de werknemersvertegenwoordigers of de werknemers zelf informeren over de resultaten van de maatregelen.
Bij een meerjarenplan moet de werkgever bovendien jaarlijks verslag uitbrengen van de voortgang van de maatregelen uit het werkgelegenheidsplan.
Bewaringsplicht
De werkgever moet het werkgelegenheidsplan gedurende 5 jaar bewaren en op verzoek van de inspectie kunnen voorleggen. Een werkgever die geen werkgelegenheidsplan opmaakt, riskeert een strafrechtelijke of een administratieve geldboete.
Praktisch
Wanneer u op 2 januari 2025 meer dan 20 werknemers tewerkstelde, bent u verplicht om een werkgelegenheidsplan op te stellen voor de periode van 2025 tot en met 2028. U kan ervoor kiezen om een jaarlijks plan op te stellen of om een meerjarenplan op te stellen voor de komende 4 jaar.U kan op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg een modeldocument downloaden via volgende link: model van werkgelegenheidsplan.
Mocht u nog vragen hebben en/of hulp wensen bij de opmaak van het werkgelegenheidsplan, kan u steeds contact opnemen met de juridische dienst via legal@ssn.be.
